Nieuwsbericht

Vogelgriep en ophokplicht – aanpassing regels roofvogels

22 februari 2021

Plaatsen waar vogelgriep is vastgesteld bij wilde vogels

Het H5-vogelgriepvirus wordt verspreid door wilde vogels. Gehouden vogels, die in contact komen met besmette wilde vogels kunnen zelf besmet worden. Roofvogels, die gebruikt worden bij activiteiten in open lucht, lopen een bijzonder risico om besmet te worden. Zij moeten daarom – net als andere gehouden vogels en pluimvee – sinds 15 november 2020 door een beslissing van Minister van landbouw David Clarinval opgesloten of onder netten afgeschermd worden, zodat het risico van besmetting door wilde vogels minimaal is. Op dit moment zijn er 20 gekende haarden van de vogelgriep in ons land (zie kaart).

Er komen nu enkele versoepelingen voor de ophokverplichting van roofvogels. Zij helpen welzijnsproblemen te voorkomen bij deze dieren en bieden de roofvogelhouders de mogelijkheid om bepaalde activiteiten met hun dieren te organiseren. Hoewel het risico op besmettingen met vogelgriep voor roofvogels door de derogaties toeneemt en het gebruik van roofvogels bij buitenactiviteiten mogelijk besmette wilde vogels kan doen vluchten, is de impact daarvan in de huidige
omstandigheden beperkt, mits de houder de nodige voorzichtigheid aan de dag legt.

Uitzonderingen

De volgende activiteiten met roofvogels in open lucht zijn vanaf 20 februari 2021 opnieuw toegestaan:

  • het opleiden/trainen van roofvogels;
  • het geven van demonstraties;
  • het gebruiken van roofvogels voor de jacht op haarwild;
  • het gebruiken van roofvogels bij het beheer van overlast door wilde dieren.

Voorwaarden

Deze uitzonderingen zijn maar mogelijk indien de volgende voorwaarden vervuld of nageleefd zijn:

  • De problematiek rond vogelgriep en in het bijzonder de epidemiologische toestand bij wilde vogels blijft stabiel of evolueert in gunstige zin.
  • Het gebruik van roofvogels voor buitenactiviteiten is niet toegelaten in de zgn. gevoelige natuurgebieden. Dit zijn waterrijke gebieden waar veel watervogels verblijven en het risico op besmette vogels groot is. De ligging van deze zones is terug te vinden via de onderstaande link naar de website van het FAVV. De kaart op deze webpagina is inzoombaar tot op straatniveau. www.favv.be/professionelen/dierlijkeproductie/dierengezondheid/vogelgriep/natuurgebieden/.
  • Het gebruik van roofvogels voor de jacht op wilde vogels is niet toegestaan.
  • De roofvogelhouder, die gebruik maakt van de derogaties, hanteert de volgende voorzorgen:
  • Het blijft verplicht om alle roofvogels binnen of onder netten te voederen en te drenken.
  • Roofvogels, die gebruikt zijn bij buitenactiviteiten, worden waar mogelijk een week apart gehuisvest om een eventuele besmetting niet over te dragen naar de andere gehouden vogels.
  • Een houder, die eveneens pluimvee of andere vogels houdt:
    • past de verbodsbepalingen rond vogelgriep onverminderd toe voor alle pluimvee en andere vogels die hij houdt. Deze moeten m.a.w. opgehokt blijven of met netten afgeschermd worden om het risico op besmetting door wilde vogels minimaal te houden; zij moeten eveneens afgeschermd of binnen worden gevoederd en gedrenkt.
    • past de nodige bioveiligheidsmaatregelen toe om versleping van ziekte tussen de roofvogels, die gebruikt worden bij buitenactiviteiten, en andere gehouden vogels en pluimvee te voorkomen. Dit betekent minimaal dat apart schoeisel wordt gebruikt voor de ruimten waar deze roofvogels gehouden worden en de plaatsen waar andere vogels gehouden worden, en dat de handen worden gewassen en ontsmet na elke activiteit in één van de hokken.