Machtiging praalwagens

Machtiging praalwagens

Wat

Ingevolge het K.B. van 27/01/2008 betreffende praalwagens zijn verenigingen verplicht een gemeentelijke machtiging aan te vragen voor het in verkeer brengen van praalwagens in het kader van folkloristische manifestaties.

De machtiging is geldig voor het transport van een praalwagen (/-aanhangwagen) ter gelegenheid van een door de gemeente toegelaten folkloristische manifestatie, op de weg er naartoe of op de terugweg, ofwel voor proefritten met het oog op die manifestatie.

De praalwagens en de voertuigen die een praalaanhangwagen trekken kunnen op elk ogenblik onderworpen worden aan controle betreffende de naleving van de reglementering.

Bij grensoverschrijdende trajecten is er tevens een machtiging nodig van de gemeente van aankomst.

Hoe aanvragen

De deelnemers aan de carnavalsstoeten in Kaulille en/of Bocholt krijgen de machtiging via de organisatoren van de stoeten. Voor Bocholt is dat C.V. de Bocholter Papbugels en voor Kaulille is dat C.V. de Poederladers. Door je in te schrijven voor de stoet, krijg je automatisch de machtiging. 

Heb je verder nog vragen omtrent de reglementering van praalwagens, neem dan contact op met de cultuurdienst.

Aandachtspunten

Het koninklijk besluit van 27 januari 2008 betreffende praalwagens (Belgisch Staatsblad 29 januari 2008) regelt het verkeer op de openbare weg van voertuigen die gebruikt worden in het kader van folkloristische manifestaties.

Het besluit stelt praalwagens voor folkloristische manifestaties vrij van de inschrijving van voertuigen, sommige bepalingen van het technisch reglement en van de wegcode. De vrijstellingen gelden op voorwaarde dat de wagens niet sneller rijden dan 25 km/u en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging (zie verder). Ze gelden alleen voor zover deze voertuigen slechts bij uitzondering op de openbare weg komen, namelijk:

  • ter gelegenheid van een door de gemeente toegelaten folkloristische manifestatie;
  • op de weg er naartoe of op de terugweg;
  • ofwel voor proefritten met het oog op die manifestatie.

Technische staat 

De praalwagens worden vrijgesteld van een aantal bepalingen van het technisch reglement (K.B. 15/03/1968). Ze zijn onder meer vrijgesteld van het gelijkvormigheidsattest en van de technische keuring. De praalwagen of praalaanhangwagen zijn enkel onderworpen aan de volgende bepalingen van technische eisen: 

  • Art. 44 inzake ruitenwissers;
  • Art. 45 inzake reminrichtingen;
  • Art. 54 inzake verbindingen van het trekkend voertuig met de aanhangwagen;
  • Art. 70 inzake blustoestellen en gevarendriehoeken.
  • Overdag gelden geen verplichtingen inzake het gebruik van lichten. Wanneer de voertuigen tussen zonsondergang en zonsopgang naar de plaats van de manifestatie rijden of terugkeren van de plaats van de manifestatie, dan moeten ze vooraan een wit en achteraan een rood licht gebruiken. Binnen het door de gemeente afgebakend traject van de manifestatie zelf hoeven ze geen lichten te gebruiken. Voertuigen die meer dan 2,50 m breed zijn, moeten voorzien worden van omtreklichten.

Rijbewijs

Artikel 20 § 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs luidt: Voor het besturen van motorvoertuigen en hun aanhangwagens die uitsluitend gebruikt worden voor folkloristische manifestaties, en slechts bij uitzondering op de openbare weg komen ofwel ter gelegenheid van door de gemeente toegelaten folkloristische manifestaties, of de weg er naartoe ofwel voor proefritten met het oog op die manifestaties, volstaat het rijbewijs geldig verklaard voor categorie B of G en dit ongeacht de massa van het voertuig of het aantal zitplaatsen, en dit voor zover zij niet meer dan 25 km per uur rijden.

Opgelet: de bovenstaande regelgeving geldt enkel voor zelfrijdende praalwagens. Voor alle andere opstellingen gelden andere regels afhankelijk van het type voertuig:

  • Landbouw- of bosbouwvoertuigen:
    • Bestuurder geboren voor 1 oktober 1982: volledig vrijgesteld (geen aangepast rijbewijs nodig);
    • Bestuurder geboren na 1 oktober 1982: afhankelijk van de maximale toegelaten massa van de sleep (B, B+E, C1+E, of C+E);
    • Carnavalsstoeten zijn geen landbouw- noch bosbouwactiviteiten. Bijgevolg zijn deze voertuigen onderworpen aan de periodieke keuring:
      • Voertuigen met een MTM van meer dan 3.500 kg en niet meer dan 7.500 kg – om de twee jaar te keuren;
      • Voertuigen met een MTM van meer dan 7.500 kg – jaarlijks te keuren;
      • Bij de keuring dient expliciet vermeld te worden dat het voertuig niet voor landbouwdoeleinden zal gebruikt worden. Het gaat hier dus om een keuring ‘op verklaring van de klant’.
  • Andere voertuigen (jeep, lichte vrachtwagen, vrachtwagen,…):
    • Afhankelijk van de maximale toegelaten massa van de sleep (B, B+E, C1+E, of C+E).

Blijft je vraag omtrent het rijbewijs voor praalwagens onbeantwoord? Contacteer dan Politie CARMA.